| name | cliche-verwijderaar |
| description | Verwijdert versleten formuleringen, voorspelbare taalpatronen en lege beeldspraak uit Nederlandse teksten, zonder feiten, betekenis of de eigen stem van de schrijver te veranderen. |
De Clichéverwijderaar
Belofte
Schrap de clichés, niet de schrijver.
Maak Nederlandse tekst concreter, natuurlijker en minder voorspelbaar. Pak
zowel algemene menselijke clichés als typische AI-clichés aan. Leg geen nieuwe
schrijfstijl op. Behoud wat eigen, precies en functioneel is.
Wanneer gebruiken
Gebruik deze skill wanneer:
- een tekst glad, algemeen, versleten of voorspelbaar klinkt;
- een menselijke tekst door redactie te keurig of kunstmatig is geworden;
- beeldspraak of stopzinnen de concrete gedachte vervangen;
- formuleringen, alinea's of opsommingen steeds hetzelfde patroon volgen;
- de gebruiker vraagt om minder clichés, minder AI-taal of natuurlijker proza.
Opdracht
Redigeer de aangeleverde tekst met deze prioriteiten, in deze volgorde:
- Behoud feiten, betekenis, standpunt en noodzakelijke nuance.
- Behoud namen, cijfers, data, citaten en vaktermen exact.
- Behoud de bestaande stem en het passende taalniveau.
- Verwijder versleten formuleringen, lege beeldspraak en onnodige uitleg.
- Herstel een natuurlijk ritme waar de tekst mechanisch klinkt.
Verander alleen wat aantoonbaar beter wordt. Een goede menselijke zin mag
blijven staan.
Wat als cliché telt
Een cliché is niet simpelweg een veelgebruikte formulering. Verander een
uitdrukking of patroon alleen wanneer het:
- zo voorspelbaar is dat het nauwelijks nog betekenis draagt;
- een concrete gedachte, waarneming of handeling vervangt;
- nadruk of emotie simuleert zonder die te onderbouwen;
- binnen de tekst steeds opnieuw als automatische vorm terugkomt;
- niet duidelijk een bewuste keuze van de schrijver, verteller of spreker is.
Een vaste formulering kan functioneel zijn. Laat haar staan wanneer ze precies,
efficiënt, grappig, geciteerd, genrespecifiek of passend bij een personage is.
Herkenningspunten
1. Algemene aanloop
Schrap openingen die het onderwerp aankondigen in plaats van ermee te beginnen.
Let bijvoorbeeld op:
In een wereld waarin ...
In het huidige digitale tijdperk ...
De wereld verandert sneller dan ooit.
Het is belangrijk om te begrijpen dat ...
In dit artikel duiken we in ...
Begin waar mogelijk bij de concrete gebeurtenis, observatie, vraag of stelling.
2. Versleten uitdrukkingen
Controleer formuleringen als:
een stip op de horizon;
de handen ineenslaan;
buiten de gebaande paden;
de juiste snaar raken;
het verschil maken;
een frisse wind laten waaien;
met beide benen op de grond;
aan het einde van de dag.
Vervang ze niet automatisch door een nieuw cliché. Schrijf de concrete bedoeling
op wanneer die uit de bron blijkt. Schrap de formulering wanneer zij niets
toevoegt.
3. Opgeblazen belang
Controleer woorden als:
- cruciaal;
- essentieel;
- baanbrekend;
- krachtig;
- uniek;
- indrukwekkend;
- veelbelovend;
- transformerend;
- ongekend.
Behoud ze alleen wanneer de tekst het belang daadwerkelijk onderbouwt.
4. Vage abstracties
Maak abstracte formuleringen concreet met informatie die al in de brontekst
staat.
Let bijvoorbeeld op:
de kracht van;
het potentieel ontsluiten;
een waardevolle bijdrage leveren;
naar een hoger niveau tillen;
een positieve impact maken;
inspelen op een veranderend landschap;
een breed scala aan mogelijkheden;
de complexiteit navigeren.
Verzin geen voorbeelden, resultaten of verklaringen om een zin concreter te
maken.
5. Voorspelbare contrasten
Beperk terugkerende vormen als:
Het gaat niet om X, maar om Y.
Het is niet alleen X, maar ook Y.
X is meer dan alleen Y.
Van X naar Y.
Of je nu X, Y of Z bent ...
Behoud een contrast wanneer het inhoudelijk nodig is. Schrap het wanneer het
vooral nadruk simuleert.
6. Denkclichés
Controleer afgeronde waarheden die een redenering vervangen, zoals:
Ieder nadeel heeft zijn voordeel.
Verandering biedt ook kansen.
Stilstand is achteruitgang.
De klant staat centraal.
Samen staan we sterker.
Het draait uiteindelijk om de juiste balans.
Vraag welke concrete bewering erachter zit. Maak die expliciet als de bron het
antwoord bevat. Laat de zin staan wanneer hij bewust wordt aangehaald,
tegengesproken of gebruikt voor karakterisering.
7. Automatische structuur
Controleer op:
- opvallend veel drietallen;
- alinea's met steeds dezelfde lengte en opbouw;
- een tussenkop boven vrijwel iedere alinea;
- een conclusie die de inleiding herhaalt;
- een samenvattende slotzin na iedere gedachte;
- opsommingen die beter als gewone tekst kunnen worden geschreven;
- opeenvolgende zinnen met hetzelfde grammaticale patroon.
Forceer geen variatie. Pas de structuur alleen aan wanneer het patroon de tekst
voorspelbaar maakt.
8. Overbodige wegwijzers
Schrap verbindingswoorden en aankondigingen wanneer de relatie al duidelijk is.
Let bijvoorbeeld op:
- bovendien;
- daarnaast;
- desalniettemin;
- met andere woorden;
- het is vermeldenswaard dat;
- laten we eens kijken naar;
- al met al;
- samenvattend;
- kortom.
Behoud een wegwijzer wanneer die verwarring voorkomt.
9. Herhaling en overuitleg
Schrap zinnen die:
- de vorige zin in andere woorden herhalen;
- uitleggen wat de lezer al kan afleiden;
- eerst aankondigen wat de volgende alinea gaat zeggen;
- na een voorbeeld nogmaals de les formuleren;
- dezelfde hoofdgedachte met nieuwe abstracte woorden herhalen.
Kies één precieze formulering boven meerdere bijna gelijke formuleringen.
10. Opgeblazen lucht
Controleer of iedere zin en alinea iets toevoegt, zoals:
- een feit;
- een observatie;
- een voorbeeld;
- een stap in de redenering;
- noodzakelijke context of nuance;
- sfeer of ritme met een duidelijke functie.
Schrap of verkort passages die alleen:
- het belang van het onderwerp benadrukken;
- dezelfde gedachte ruimer formuleren;
- een eenvoudig punt uitgebreid aankondigen;
- tussen twee inhoudelijke punten in blijven praten;
- meer woorden gebruiken zonder preciezer te worden.
Voeg meerdere zinnen samen wanneer ze inhoudelijk één punt maken. Gebruik geen
vast verkortingspercentage. Een tekst hoeft niet kort te zijn, maar iedere
passage moet iets doen.
Haal de lucht eruit, niet de adem. Behoud uitweidingen die werkelijk sfeer,
timing, spanning, karakter of vertelstem dragen.
11. Lege nuance en geruststelling
Controleer algemeenheden als:
Er bestaat geen pasklare oplossing.
Iedere situatie is anders.
De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden.
Het draait uiteindelijk om de juiste balans.
Uitdagingen bieden ook kansen.
Behoud nuance die de betekenis of betrouwbaarheid van een claim werkelijk
verandert.
12. Onbewezen gezag
Verwijder of markeer vage bronclaims als:
Onderzoek toont aan ...
Experts zijn het erover eens ...
Het is algemeen bekend dat ...
Steeds meer mensen vinden ...
Maak een onbewezen bewering niet stelliger. Vraag om een bron wanneer de claim
nodig is voor het betoog.
13. Kunstmatige glans en beeldspraak
Controleer overmatig gebruik van:
- gedachtestreepjes;
- dubbele punten;
- retorische vragen;
- vetgedrukte woorden;
- losse zinsfragmenten voor extra effect;
- sloganachtige slotzinnen;
- geforceerde beeldspraak;
- woorden als
reis, dans, mozaïek, kompas of gereedschapskist als
generieke metafoor.
Verbied deze vormen niet automatisch. Behoud ze wanneer ze precies en eigen
zijn.
14. Typische AI-clichés
AI-tekst bundelt vaak meerdere algemene clichés en automatismen. Let extra op:
- een algemene aanloop gevolgd door drie voordelen;
- een opeenvolging van abstracte zelfstandige naamwoorden;
- terugkerende vormen als
niet alleen X, maar ook Y;
- overdreven behulpzame uitleg van vanzelfsprekende punten;
- een optimistische conclusie die alle eerdere punten herhaalt;
- foutloze maar inwisselbare zinnen zonder concrete waarneming.
Behandel deze patronen hetzelfde als menselijke clichés. Probeer niet vast te
stellen wie of wat de tekst heeft geschreven.
Kies eerst de intensiteit
Als de gebruiker nog geen intensiteit heeft gekozen, toon precies:
- Licht opschonen: verwijder alleen duidelijke clichés, opgeblazen woorden
en kleine herhalingen. Behoud structuur en lengte grotendeels.
- Stevig redigeren: schrap ook overbodige uitleg, dubbele gedachten en
opgeblazen passages. De tekst wordt merkbaar korter en directer.
- Terugbrengen tot de kern: verwijder alles wat geen nieuwe informatie,
betekenis, sfeer of ritme toevoegt. Alinea's mogen verdwijnen en de
structuur mag veranderen.
Wacht daarna op de keuze. Gebruik niveau 2 wanneer de gebruiker geen
intensiteit noemt.
Kies daarna de samenwerking
Als de gebruiker nog geen samenwerkingsvorm heeft gekozen, toon:
- Direct: voer de gekozen intensiteit volledig uit.
- Samen: toon iedere wijziging afzonderlijk en wacht op
j of n.
Wacht daarna op de keuze.
Direct
- Redigeer de volledige tekst.
- Behoud feiten, betekenis, nuance en eigen stem.
- Geef de complete nieuwe tekst.
- Benoem kort welke soorten clichés en overbodige passages zijn verwijderd.
Samen
Behandel steeds precies één voorgestelde wijziging. Toon:
Origineel
[bestaande passage]
Voorstel
[nieuwe passage]
Waarom
[korte, concrete reden]
Sluit ieder voorstel af met:
j = voorstel toepassen
n = origineel behouden
Wacht daarna op het antwoord van de gebruiker.
- Bij
j: verwerk alleen dit voorstel in de werkversie.
- Bij
n: behoud alleen voor deze passage het origineel.
- Ga daarna automatisch naar het volgende voorstel.
- Behandel
j nooit als toestemming voor andere wijzigingen.
- Toon nooit meerdere voorstellen tegelijk.
- Baseer ieder volgend voorstel op de inmiddels geaccepteerde werkversie.
- Verander niets stilzwijgend.
- Toon na het laatste voorstel de volledige definitieve tekst.
- Meld hoeveel voorstellen zijn geaccepteerd en afgewezen.
De eindtekst mag uitsluitend bestaan uit de oorspronkelijke tekst plus
afzonderlijk geaccepteerde wijzigingen.
Redactieproces
Stap 1: bepaal wat vaststaat
Noteer intern wat niet mag veranderen:
- feiten en feitelijke onzekerheid;
- namen, cijfers, data en citaten;
- centrale boodschap en redenering;
- noodzakelijke vaktaal;
- perspectief en mate van stelligheid;
- doelgroep en passend taalniveau.
Stap 2: stel een beperkte diagnose
Bepaal welke twee of drie patronen het sterkst aanwezig zijn. Gebruik die als
redactiefocus. Pas niet de hele lijst mechanisch toe.
Stap 3: redigeer minimaal
Geef de voorkeur aan:
- schrappen boven vervangen;
- concrete zelfstandige naamwoorden en werkwoorden boven abstracties;
- directe formuleringen boven aankondigingen;
- één goed voorbeeld boven meerdere algemene toelichtingen;
- gewone woorden boven promotionele taal.
Voeg geen persoonlijke anekdotes, meningen, humor, spreektaal, fouten of
zogenaamd menselijke rafelranden toe.
Stap 4: vergelijk met de bron
Controleer na de redactie:
- Is een feit, naam, datum, cijfer of citaat veranderd?
- Is twijfel veranderd in zekerheid, of andersom?
- Is het standpunt sterker of zwakker geworden?
- Is bruikbare eigenheid verdwenen?
- Is nieuwe informatie of een nieuw voorbeeld toegevoegd?
Herstel de brontekst wanneer het antwoord ergens ja is.
Stap 5: lees als geheel
Lees de tekst door op ritme, samenhang en herhaling. Maak geen zinnen korter of
wisselender alleen om variatie te produceren.
Uitvoer bij direct werken
Geef standaard:
- de volledig geredigeerde tekst;
- een korte toelichting met de belangrijkste verwijderde patronen;
- eventuele feitelijke claims of bronverwijzingen die nog controle vragen.
Geef geen zin-voor-zinuitleg, tenzij de gebruiker daarom vraagt.
Bij samen werken geldt uitsluitend de stapsgewijze uitvoer uit die werkwijze.
Geef de volledige tekst pas nadat alle voorstellen zijn behandeld.
Grenzen
- Beweer nooit dat een tekst aantoonbaar door een mens is geschreven.
- Beloof niet dat een tekst een AI-detector omzeilt. AI-detectors zijn geen
betrouwbare maatstaf voor auteurschap.
- Imiteer geen genoemde levende schrijver.
- Verberg geen plagiaat en verzin geen auteurschap.
- Voeg geen fouten of willekeurige variatie toe om menselijkheid te simuleren.
- Maak noodzakelijke vaktaal niet eenvoudiger ten koste van precisie.
- Pas persoonlijke voorkeuren van de redacteur niet toe als de gebruiker die
niet heeft gevraagd.
- Verander clichés binnen letterlijke citaten niet.
- Strijk spreektaal, humor, ironie, personagestemmen en bewuste genreconventies
niet automatisch glad.
Klaar wanneer
De redactie is klaar wanneer:
- de tekst zonder algemene aanloop tot het punt komt;
- zichtbare herhaling en automatische structuur zijn verminderd;
- iedere passage informatie, betekenis, sfeer of een andere duidelijke functie
heeft;
- abstracte claims concreet zijn waar de bron dat toelaat;
- feiten, nuance en standpunt gelijk zijn gebleven;
- de bestaande schrijver nog herkenbaar is;
- goede menselijke formuleringen ongemoeid zijn gebleven.